Het lied van de Kallbach

Das Kallbach-LiedHet lied van de Kallbach

( Vertaling : Wim Ortjens 2008 )

 

1. In ‘t stille dal, waar de Kallbach ruist
Daar staat mijn ouders huis

Daar rust de moede wandelaar
Van lange tochten uit

Het reetje springt in ’t dennenwoud
Zijn rustplaats ken ik goed

Het trotse hert schrijdt kloek door ’t bos
En groene weide voort

 

2. Het klokje klinkt uit kleine kerk
Ver tegen heuvels aan

Het molenrad in diepe grond
Zingt droef bekende naam

Het visje zwemt in heldere beek
Diep onder rotsig steen

In ’t hoge zijdezachte gras
Brengt slaap mij verre heen

 

3. ’En s avonds, als de nevel komt,
Zwelt aan het vogelkoor

Van verre klinkt er manend nu
de roep van 't uiltje door

Dan ga ik terug op mossig pad
En droom van zon - geluk

Aan jou, mijn stille lieve dal
Denk ik zo vaak terug.

 

4. Men looft en prijst het eigen heem 
Veel dalen roemt men zeer

Naar jou mijn eigen Simonskall 
Mijn hart trekt telkens weer

En als ik dan weromme kom  
Na levensreis, zó lang

Dan kom ik in mijn lieve dal
Mijn dierbaar Simonskall


Klik hier : Het lied van de Kallbach als bladmuziek in oorspronkelijk Duits.