De geschiedenis van Sint Nicolaas

Nikolaus-WikipediaNicolaas

Over het leven van Sint Nicolaas is maar weinig historisch feitelijk bekend. Myra, in Lykië , nu Demre, is een kleine plaats, ongeveer 100 km ten zuidwesten van Antalya in het huidige Turkije. In de vierde eeuw was het een bisschopszetel. Bronnen over het leven van Nicolaas stammen bijvoorbeeld van Andreas van Kreta ( rond 700 ) en van een monnik, genaamd Johannes , uit het Studitenklooster in Constantinopel ( gesticht in de vijfde eeuw ) . Volgens verschillende overleveringen werd Nicolaas geboren  tussen 270 en 286 in Patara , een stad in Lykië , Klein – Azië.
Hij zou op negentienjarige leeftijd door zijn oom, ook een Nicolaas en ook bisschop van Myra, tot priester zijn gewijd. Daarna werd hij dan abt van het klooster Sion in de buurt van Myra.
Tijdens de christenvervolging van 310 zou hij gevangengenomen zijn en gefolterd. Als zoon van rijke ouders zou hij zijn geërfde vermogen onder de armen verdeeld hebben ( wat ook door betrouwbare getuigen zoals de bisschoppen uit de vierde eeuw Ambrosius van Milaan en Basilius van Caesarea vermeld werd en daar dan ook als historisch feit telt. ) Rond Nicolaas ontstaan dan ook verschillende legenden.
Andreas van Kreta en monnik Johannes melden dat Nicolaas deelgenomen heeft aan het concilie van Nicea en daar zijn opponent Arius een draai om de oren heeft gegeven.  Vandaar dat hij eerst gearresteerd werd maar tegen het einde van het concilie weer gerehabiliteerd. Nicolaas komt niet voor in de lijst van ondertekenaars van het concilie die overigens onvolledig overgeleverd is. Van de andere kant hoort bisschop Theognis van Nicea wel tot de historisch feitelijke ondertekenaars. En deze Theognis zou , volgens Andreas , door Nicolaas overtuigd zijn van de Katholieke inzichten.  Als Nicolaas inderdaad deelnam aan het concilie van Nicea , dan is het op grond van de nabijheid van zijn bisschopsstad Myra tot de stad Ancyra waarschijnlijk, dat bisschop Nicolaas hetzelfde standpunt innam ten aanzien van de theologie van de drie-eenheid  als  bisschop Markell van Ankyra . Die werd in 336 als ketter veroordeeld en zijn opvattingen werden door de bisschoppen uit het oosten van het Roomse Rijk in de ban gedaan   Na het evacueren van de stad en voor de verovering door de troepen van de Selsjoeken in 1087 roofden Zuid- Italiaanse kooplieden de beenderen uit de graftombe van de heilige en ontvoerden de relikwieën naar het veilige Bari . Daar wordt zijn feest op de dag voor de aankomst van het schip op 9 mei gevierd. Het gebeente werd in de basiliek van Sint Nicolaas opgebaard. De Turkse Nicolaasstichting eist tot op de dag van vandaag de relikwieën van de Christelijke heilige uit Bari terug.

 

Legendes

Het leven en werk van Nicolaas heeft tot gevolg gehad dat er een levendige legendevorming ontstond. Deze zorgde ervoor dat hij in de loop der eeuwen tot een van de belangrijkste heiligen werd gerekend. De legendes zijn echter niet uitsluitend gebaseerd op ( geverifieerde )  daden van de bisschop van Myra, maar ook op die van de gelijknamige abt van het klooster Sion bij Myra die later bisschop van Pinara werd en in 564 stierf.

 

 

Het wonder van de veldheren

Nicolaas leert drie Oost- Romeinse veldheren kennen. (Grieks. στρατηλάτης (stratelates) = veldheer). Hij nodigt ze uit naar Myra. Daar zijn zij er getuige van dat de bisschop drie onschuldig ter dood veroordeelden redt doordat hij het zwaard uit de hand van de beul rukt. Terug in Byzantium worden de drie veldheren het slachtoffer van een intrige en zij worden zelf ter dood veroordeeld.  In de kerker bidden zij tot de heilige Nicolaas die daarop aan de keizer en de intriganten verschijnt terwijl hij ernstige consequenties aankondigt als de executie doorgaat.
Hevig geschrokken beveelt de keizer de onvoorwaardelijke vrijlating van de drie veldheren.

 

De bruidsschat van de drie maagden

Een arme man heeft het voornemen zijn drie dochters te prostitueren omdat zij niet op stand kunnen trouwen wegens het gebrek aan een bruidsschat. Nicolaas, die nog geen bisschop is en net door een erfenis een groter vermogen tot zijn beschikking heeft, hoort van die noodsituatie en gooit in drie opeenvolgende nachten een grote klomp goud door het kamerraam van de drie maagden. In de derde nacht lukt het de vader hem staande te houden, naar zijn naam te vragen en hem te bedanken voor het feit dat voor elke dochter nu een bruidsschat verzekerd is.

Deze legende is de oorsprong van de iconografische voorstelling met drie gouden kogels of appels.


Het tot bedaren brengen van een storm op zee

Zeelieden die in nood geraakt zijn bidden in hun gevaarlijke situatie tot de heilige Nicolaas. Aan hen verschijnt een man die beschikt over wonderbaarlijke krachten. Hij neemt de navigatie over, stelt het zeil goed en brengt zelfs de storm tot bedaren. Daarna verdwijnt de man weer.  Als de zeelieden in de kerk van Myra een dankgebed uitspreken herkennen zij de heilige en zeggen hem dank.

 

De vermeerdering van het graan

Tijdens een grote hongersnood merkt de bisschop van Myra dat een schip in de haven voor anker ligt dat geladen is met kruiden voor de Bizantijnse keizer. Hij vraagt daarom aan de zeelieden om een deel van het graan uit te laden om te helpen in de nood. Zij wijzen echter het verzoek af omdat het graan voor de keizer precies afgewogen is. Pas als Nicolaas hun belooft dat zij geen schade zullen ondervinden als zij instemmen met het verzoek, geven de zeelieden toe. Als zij later in de hoofdstad aankomen stellen zij verbaasd vast dat het gewicht van de lading niet verminderd is, ondanks het feit dat zij toch een behoorlijk deel in Myra achtergelaten hebben. Het graan in Myra echter is genoeg voor twee jaar en kan ook nog eens als zaaigoed gebruikt worden.

 

Het ontvoerde kind dat terug naar huis werd gebracht

Een man vraagt de zegen van Nicolaas om eindelijk een zoon te krijgen. Hij treft Nicolaas echter niet meer levend aan maar komt net nog op tijd voor zijn begrafenis. Van daaruit neemt hij een stuk van Nicolaas’  lijkwade mee als relikwie. Op 6 december van het volgende jaar wordt bij het echtpaar daadwerkelijk een zoon geboren. Op zijn zevende verjaardag echter, wordt het kind door Arabieren ontvoerd. Weer een jaar later , opnieuw precies op 6 december , wordt het kind, dat sindsdien als bediende bij een heer moest werken, door een wervelwind meegenomen en precies voor de Nicolaaskerk neergezet. De kerk waar de ouders bidden voor de terugkeer van de jongen.